Veel meldingen betekenen niet automatisch veel risico
Wie wil weten waar fietsen in Nederland vaak het doelwit zijn, zoekt meestal naar een kaart of ranglijst met stationsomgevingen, woonbuurten en winkelgebieden. Toch is een hoog aantal geregistreerde diefstallen op zichzelf onvoldoende om een plek als bijzonder riskant aan te wijzen. Waar veel fietsen worden gestald, kunnen immers ook veel diefstallen worden geregistreerd zonder dat het risico per geparkeerde fiets uitzonderlijk hoog is.
De voor dit artikel aangeleverde bronnen bevatten gegevens over fietsdiefstal in Japan en geen cijfers over Nederlandse locaties. Daarom kunnen ze niet worden gebruikt om Nederlandse gemeenten, buurten of stallingen als hotspot aan te merken. Ze laten wel goed zien welke soorten politiestatistieken bestaan en waarom verschillende indicatoren niet door elkaar mogen worden gebruikt.
De centrale vraag is dus niet alleen: waar worden veel fietsen gestolen? Minstens zo belangrijk is: hoeveel fietsen stonden daar, hoelang stonden ze er en welk deel van de diefstallen kwam in de politieregistratie terecht?
Wat de beschikbare bronnen wel laten zien
De open-dataoverzichten van de politie in Wakayama en Okinawa behandelen fietsdiefstal als een afzonderlijke vorm van diefstal. Dat maakt het mogelijk om geregistreerde fietsdiefstallen te onderscheiden van bijvoorbeeld autodiefstal, diefstal van motorfietsen of diefstal uit voertuigen.
De landelijke tabel van de Japanse politie kiest een andere invalshoek. Daarin kan fietsdiefstal worden bekeken naast geregistreerde feiten, opgehelderde zaken, het aandeel opgehelderde zaken en geregistreerde verdachten. Een aparte tabel is bedoeld om veranderingen ten opzichte van een voorafgaande verslagperiode te tonen.
Deze bronnen beantwoorden daardoor verschillende vragen:
| Soort statistiek | Wat de statistiek kan laten zien | Wat er niet automatisch uit volgt |
| Open data over geregistreerde fietsdiefstal | Waar en onder welke geregistreerde omstandigheden feiten zijn vastgelegd, afhankelijk van de beschikbare velden | Het volledige aantal werkelijk gepleegde diefstallen |
| Totaal geregistreerde feiten | De omvang van de politieregistratie binnen een gekozen gebied en verslagperiode | Het individuele risico voor een gestalde fiets |
| Opgehelderde zaken | Hoeveel geregistreerde zaken aan de administratieve voorwaarden voor opheldering voldoen | Hoeveel gestolen fietsen bij de eigenaar zijn teruggekeerd |
| Geregistreerde verdachten | Hoeveel personen binnen de registratie aan zaken zijn gekoppeld | Hoeveel afzonderlijke diefstallen iedere persoon heeft gepleegd |
| Vergelijking met een eerdere periode | Of de geregistreerde uitkomst hoger of lager ligt dan in de vergelijkingsperiode | Waardoor de verandering is ontstaan |
| Locatiebestand | Op welke geregistreerde plaatsen incidenten samenkomen | Of die plaatsen ook na correctie voor fietsgebruik het hoogste risico hebben |
De betekenis van een kolom moet dus worden vastgesteld voordat locaties worden vergeleken. Een incident, een opgehelderde zaak, een verdachte en een teruggevonden fiets zijn geen verwisselbare eenheden.
De ontbrekende noemer
Voor Nederlandse en Belgische lezers is vooral het verschil tussen volume en risico van belang. Een stationsomgeving kan veel geregistreerde diefstallen hebben omdat er gedurende de dag zeer veel fietsen worden geplaatst. Een kleinere stalling kan minder meldingen opleveren, maar per aanwezige fiets toch ongunstiger uitvallen.
Voor een bruikbare risicovergelijking is daarom een noemer nodig. Dat kan het aantal gestalde fietsen zijn, de bezettingsgraad van een stalling, het aantal stallingshandelingen of de totale parkeerduur. De keuze hangt af van de vraag. Wie wil weten waar een fiets tijdens één parkeerbeurt het kwetsbaarst is, heeft andere gegevens nodig dan iemand die de belasting van een hele buurt wil beoordelen.
Bevolkingsomvang is voor fietsdiefstal vaak geen ideale noemer. Niet iedere inwoner bezit of gebruikt een fiets even vaak, terwijl bezoekers en reizigers wel fietsen kunnen stallen. Ook een vergelijking per huishouden kan een druk overstappunt vertekenen. De relevante blootstelling is niet alleen wie in het gebied woont, maar vooral hoeveel fietsen er aanwezig zijn en hoelang.
De geregistreerde plek is niet altijd de precieze plek
Locatiegegevens lijken concreet, maar ook daarbij zijn definities nodig. Een politieregistratie kan verwijzen naar de plaats waar de eigenaar de fiets achterliet, de plek waar het verlies werd ontdekt of een administratief vastgelegde omgeving. Wanneer een fiets na langere tijd wordt gemist, kan het tijdstip eveneens onzeker zijn.
Geografische afronding kan noodzakelijk zijn om persoonsgegevens te beschermen. Daardoor kan een punt op een kaart een straat, buurtvak of andere benadering vertegenwoordigen. Incidenten die op de kaart dicht bij elkaar staan, hoeven niet uit exact dezelfde stalling afkomstig te zijn. Omgekeerd kan één groot stallingscomplex over verschillende registratiepunten zijn verdeeld.
Een hotspotkaart moet daarom altijd uitleggen welke locatie-eenheid is gebruikt. Zonder die uitleg kan een opvallende concentratie het gevolg zijn van de gekozen gebiedsgrenzen, de manier van afronden of de ligging van een drukke voorziening.
Aangiftebereidheid bepaalt mede het beeld
Politiestatistieken beschrijven geregistreerde criminaliteit. Een gestolen fiets die niet wordt gemeld, verschijnt niet als geregistreerde fietsdiefstal. De verhouding tussen werkelijke gebeurtenissen en registraties kan per omgeving verschillen.
Eigenaars kunnen eerder melding doen wanneer zij een verzekering hebben, wanneer een digitaal aangifteproces eenvoudig is of wanneer zij serienummer en aankoopgegevens beschikbaar hebben. Verschillen tussen plaatsen kunnen daardoor gedeeltelijk verschillen in meldingsgedrag weerspiegelen.
Ook veranderingen in registratiepraktijk zijn relevant. Wanneer categorieën nauwkeuriger worden toegepast of aangifte toegankelijker wordt, kan de registratie stijgen zonder dat daaruit onmiddellijk een even grote stijging van het werkelijke aantal diefstallen volgt. Een tijdreeks moet daarom samen met definities, toelichtingen en gebruiksvoorwaarden worden gelezen.
Opheldering is een andere maatstaf dan veiligheid
De landelijke Japanse tabel maakt duidelijk dat registratie en opheldering afzonderlijke indicatoren zijn. Een plaats met veel geregistreerde fietsdiefstallen kan ook veel opgehelderde zaken hebben. Dat maakt de plaats niet automatisch veiliger of onveiliger dan een gebied met weinig ophelderingen.
Ook het aantal verdachten kan niet rechtstreeks worden gedeeld door het aantal geregistreerde diefstallen om een eenvoudig succespercentage te maken. Zaken en personen hebben geen vaste verhouding: een persoon kan aan verschillende feiten worden gekoppeld, terwijl bij één zaak meerdere personen betrokken kunnen zijn.
Wie Nederlandse hotspots wil onderzoeken, moet de vraag daarom vooraf afbakenen. Gaat het om de plaats met de meeste aangiften, het hoogste risico per gestalde fiets, de sterkste concentratie binnen een klein gebied of de grootste toename ten opzichte van een vergelijkbare periode? Iedere formulering kan een andere kaart opleveren.
Zo wordt een locatievergelijking geloofwaardig
Een degelijke analyse gebruikt overal dezelfde delictsomschrijving en dezelfde verslagperiode. Ook moet duidelijk zijn of pogingen, teruggevonden fietsen, onderdelen en volledige fietsen op dezelfde manier worden behandeld. Plaatsen met zeer weinig blootstelling verdienen extra voorzichtigheid: een beperkte verandering kan daar een groot ogend verschil veroorzaken.
Verder helpt het om meerdere perioden samen te bekijken. Een incidentele concentratie kan ontstaan door toeval, een tijdelijke verstoring of een verandering in melden. Een patroon dat in opeenvolgende perioden op vergelijkbare wijze terugkomt, biedt een sterkere basis voor nader onderzoek, al bewijst ook dat nog geen oorzaak.
De meest informatieve publicatie combineert daarom geregistreerde incidenten met stallingsgebruik, gebiedstype, parkeerduur en duidelijke metadata. De kaart toont dan waar meldingen samenkomen; de noemer laat zien waar het risico relatief hoog is; de toelichting maakt duidelijk welke onzekerheden overblijven.
Wat hiermee over Nederland kan worden geconcludeerd
Op basis van de aangeleverde bronnen kan geen Nederlandse plek verantwoord worden uitgeroepen tot gebied waar fietsen vaak het doelwit zijn. De bronnen bevatten daarvoor geen Nederlandse locatiegegevens en geen informatie over het aantal gestalde fietsen in Nederland.
Wel leveren ze een bruikbaar beoordelingskader. Een Nederlandse hotspotlijst is pas betekenisvol wanneer zij geregistreerde fietsdiefstal onderscheidt van opheldering, dezelfde definities en perioden gebruikt, rekening houdt met niet-gemelde feiten en het aantal incidenten relateert aan de aanwezigheid of parkeerduur van fietsen.
Voor lezers is de belangrijkste controle eenvoudig: vraag bij iedere opvallende plek wat precies is geteld en waarmee dat aantal is vergeleken. Zonder antwoord op die vragen is een hotspot vooral een concentratie op een kaart, nog geen betrouwbare maat voor de kans dat juist daar een fiets wordt gestolen.
出典
- Wakayama Prefectural Police — open misdaaddata over fietsdiefstal, aangeleverde verslagperiode
- Wakayama Prefectural Police — open misdaaddata over fietsdiefstal, opvolgende aangeleverde verslagperiode
- Wakayama Prefectural Police — open misdaaddata over fietsdiefstal, eerdere aangeleverde verslagperiode
- Wakayama Prefectural Police — historisch overzicht van open misdaaddata
- Okinawa Prefectural Police — open misdaaddata met afzonderlijk bestand voor fietsdiefstal
- e-Stat — diefstal naar werkwijze, geregistreerde en opgehelderde zaken en verdachten
- e-Stat — diefstal naar werkwijze, vergelijking met de voorafgaande verslagperiode